Spies

Mevrouw Heuff haalt als dochter van de eigenaar van de steenoven in Liende , in 1905 F. Spies naar Vuren, die met een jaar ontslagen is.
Hij is niet bekwaam genoeg, misschien wel te menselijk.
Hij wordt vervangen door zijn neef G.Spies In vele opzichten een berucht man waarvoor het ovenvolk beeft. Wel bekwaan, vaak niet menselijk.
Hij heeft alle macht, zeker als je op het fabrieksterrein woont. Zijn gevleugelde woorden luiden:

" tonder maar naar te tijk"

En dat is met een opzegtermijn van een week heel wat families overkomen. Kom je te laat, hij stuurt je weg zonder inkomsten, is er kritiek, vergeet het maar.
Sta je te lachen zoals oom Jan, de zoon van opa Dirk, overkomt, dan kan je gaan. De man beschikt haast over dood en leven.
De ouders leven in angst dat de kinderen iets verkeerd zullen doen. Slavernij!!

huis baas spies (122K) Ik denk dat Heintje Wilhelmina van Weelde door het gedwongen vertrek van Jan uit Vuren het in het 'verre' Lobith niet gemakkelijk heeft gehad.
Het vertrek uit Vuren, in die tijd is ingrijpend. De twee kinderen missen het ovenbuurtje enorm, maar goed ze gaan naar school en raken gewend.
Jan is druk met zijn werk van de vroege morgen tot de late avond. Maar…..Heintje zit thuis en moet het daar maar rooien, zij lijdt er ongetwijfeld onder.
Na meer dan 75 jaar verzucht een lid van het gezin:

" wat heeft vader ons aangedaan door niet toe te geven".

Misschien zijn we toch nog een beetje trots op de man die 'de baas' durfde te trotseren, met alle consequenties vandien.
De gevoelens zijn gemengd. Het gezin is min of meer de dupe in die uithoek tegen de Duitse grens, en kun je dan nog trots zijn.

Andere gezinnen zullen, neem nou de familie Van der Wal, omdat de inkomsten worden afgenomen hun kinderen maar nauwelijks hebben kunnen voeden.
Rond 1900 sterft 30% van de geboren kinderen op jonge tot zeer jonge leeftijd.

Om een voorbeeld te geven, opoe en opa Fort betreuren na de geboorte van Dirk:

Je kunt je het leed toch nauwelijks voorstellen. Hoe is het dan toch mogelijk dat je mensen zo gemakkelijk naar de dijk schopt, die toch al zo'n zwaar leven hebben.
Zo hardvochtig behandelt! Ze hebben eerder een begrafenispolis dan een ziektekostenverzekering, verzucht de arts die de ouders met de doodskistjes ziet sjouwen langs de dijk.

Overigens licht Spies wel discreet zijn hoed op als hij de drooglijn passeert waaraan de pikante lingerie van zijn vrouw hangt,
daar heeft hij het nodige respect voor, een degelijke directoire.

Een best 'vrouwke' overigens die vrouw Spies, de 'meskes' moeten er weleens helpen.
Netje doet er al de strijk als ze nog op de stoof moet staan om erbij te kunnen.
Ze is niet groot maar wel dapper en strijken kan ze als de beste.

De baas verdient bij zijn aantreden in 1895 F.6,- per week en voor het stoken , ja dat doet hij ook, wordt apart betaald.
Daarnaast heeft hij een stukje moestuin , maar ook weiland, vrij stoken en wonen.
Opa Dirk voert, als één van de uitkruiers, de taak van stoker samen met de steenbaas uit. Maar deze blijft verantwoordelijk.

De bak met klei wordt vervolgens door de opleggers neergeslagen op de 'baan', zon en wind doen hun werk
en als ze droog genoeg zijn en dat kan soms al na een dag, worden ze op hun kant gezet om de onderkant te laten drogen,
het beruchte opsnijden, vaak door kinderen en vrouwen verricht. Net staat op elfjarige leeftijd al op de baan om op te snijden.

Voor bij de foto: Het onderste huis is van baas Spies.